Hoe je je speakers kunt calibreren in de studio

Speakers calibreren

Speakers calibreren is de meest onderschatte bezigheid in de studio. Steeds meer mensen zeggen dat ze een “studio” hebben als ze een microfoon, en interface, een laptop en een paar speakers hebben. Maar vaak hebben ze geen idee wat ze aan het doen zijn qua levels terwijl dat juist heel handig is en je mixen vele malen beter kan laten klinken. Zogenaamde “techneuten” die zeggen dat dat niet nodig is hebben geen idee. Het is een van de eerste dingen waar ik naar vraag als ik in een nieuwe ruimte ga werken.

Speakers calibreren

Speakers calibreren

Waarom zou je je speakers calibreren?

Als je zomaar wat opneemt of mixt, zonder dat je weet op wat voor levels je speakers uitsturen heb je dus geen idee hoe hard of zacht dat nu is. Als je echter een vast niveau instelt voor je speakers, worden je oren gewend aan een ‘standaard’ volume en kun je het niveau, de luidheid en de dynamiek op het gehoor nauwkeuriger beoordelen. Door vaak in die gecalibreerde omgeving te werken, heb je op een gegeven moment door wanneer iets ‘te luid’ of ‘te stil’ is in vergelijking met je standaardreferentieniveau. Dat is enorm handig en nuttig – aantoonbaar essentieel – bij het nemen van beslissingen terwijl je je mixen beter en beter maakt. Bovendien werkt het lekker in andere gecalibreerde studio’s; hun ruimte is nagenoeg hetzelfde als die jou gecalibreerd en weet je wat hard en zacht zou moeten klinken.

Wat heb je nodig?

In dit geval ga ik er vanuit dat je in een stereo-setup werkt, dus 2 speakers wilt calibreren in je ruimte. Dan heb de volgende dingen nodig:

Een SPL-meter met omnikarakteristiek (dat zijn ze nagenoeg allemaal).
Een roze ruis generator
Een betrouwbare DAW (Pro Tools, Reaper etc)
Je speakers
Een monitorcontroller. Die zit vaak in je mengtafel; de volumeknop voor je speakers. Heb je geen mengtafel en ben je met je speakers rechtstreeks verbonden aan je interface, scroll dan direct door naar het filmpje onderaan.

Aan de slag

-Schakel je speakers uit.
-Zet de ouput van de interface op 0 dB (unity dus, niet dicht) en zet de monitorcontroller helemaal dicht.
– Je speakers moeten op “0” staan. Vaak betekent dat dat je regelaars allemaal op “0” staan. Geen versterking of verzwakking op je speakers dus.
-Open je DAW en zorg dat een kanaal in je DAW een roze ruis kan afspelen op -20DBFS. Meestal gaat dat via een plugin.
-Stel je kanaalfader in op unity (“0”) en verwijder eventuele EQ- of dynamische plug-ins van alle in- en uitgangen.
-Zet je speakers aan.

Plaats de microfoon van SPL-meter daar waar je luisterpositie is.
Zorg ervoor dat deze is ingesteld op dBC-weging en een langzame gemiddelde tijd (slow).
Stuur je roze ruis vanuit je DAW naar ALLEEN de uitgang waar je linkerspeaker aan verbonden is.

Op je monitorcontroller draai je het volume langzaam omhoog totdat u een SPL-waarde van je keuze bereikt. Professionele studio’s werken tussen de 78 en 85 dB SPL op de mixpositie (waar je zit): 78 voor kleinere en 85 voor grotere studios. Bij mij heb ik 85 dBSPL aangehouden.

Markeer de positie van je volumeknop bij deze SPL-waarde; zet een streepje met een stift.
Een gekalibreerde monitorcontroller is gemarkeerd op het punt waar het roze ruissignaal een specifieke SPL meet bij de mixpositie voor beide luidsprekers.

Zet het volume van je monitorcontroller weer laag.
Stuur je roze ruis vanuit je DAW naar ALLEEN de uitgang waar je rechterspeaker aan verbonden is.
Wanneer u de positie bereikt die u eerder hebt gemarkeerd, moet uw SPL-meter hetzelfde niveau hebben als dat van de linkerluidspreker.
Als je merkt dat een luidspreker met meer dan een halve dB lager in niveau is dan de andere, kun je de volume/trimknoppen van je speaker gebruiken om de niveaus fijner af te stemmen.

Gelukt!

Nu is je studio gecalibreerd tot een vast niveau met een headroom van +/- 20 dB. Dit komt overeen met een bedieningsniveau van -20 dBFS (RMS) dat overeenkomt met het standaard broadcastniveau van -23 LUFS. (Over LUFS en loudnessmetering lees je hier, heel belangrijk). Dit is vanaf nu je referentieniveau. Belangrijk is nu natuurlijk dat je niet meer aan je volumeknop gaat zitten, want dan is je referentieniveau weg. Wil je toch af en toe even harder of zachter afluisteren onthoudt dan dat het streepje bij je volumeknop aangeeft waar je referentieniveau zit.  Ga je in andere studios werken, vraag dan of hun speakers zijn gecalibreerd en op welke waarde. Zo kun je ook in andere studios werken en een besef hebben van wat hard klinkt, en wat zacht.

In onderstaand filmpje van Presonus zie je hoe een technicus bovenstaande procedure doorloopt: iets anders, want hij heeft de speakers zonder monitorcontroller rechtstreeks aan de uitgangen van zijn interface verbonden. Hij regelt het level van de ruis dus op de speakers zelf.

Meer over wat ik doe en heb gedaan lees je hier…

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.